WERK

Fysieke balans / rechtrichten

De basis (Skala der Ausbildung)

Verstoring van de natuurlijke bewegingsafloop

Methodieken

Omgang

Hulpgeving

Volledig in balans

De mens in dit verhaal

Nog enkele principes en ideeën


 

Fysieke balans / rechtrichten

‘Rijd je paard voorwaarts en richt het recht ...’ … de ziel van het systematisch gymnastiseren van het paard.

Gedurende de 20 jaar dat ik nu les geef in het rechtrichten heb ik veel zien veranderen in de paardenwereld. Inmiddels is het voor iedereen wel bekend dat een paard over een natuurlijke scheefheid beschikt en dat er iets bestaat zoals rechtrichten. Maar wat dat rechtrichten allemaal kan inhouden en hoe je dat dan daadwerkelijk dagdagelijks succesvol gaat toepassen, dat is weer een ander verhaal. Er kan namelijk op verschillende manieren fysiek rechtgericht worden!

Alleen in theorie klopt de praktijk.

De Basis (Skala der Ausbildung)

De basis bestaat uit de elementen ontspanning, aanleuning, drang, rechtrichten en verzamelen.

Het Skala stelt een bepaalde volgorde voor waarin de elementen dienen afgewerkt te worden. Deze is perfect geschikt voor het gemiddelde paard. Alleen komen we ze in de praktijk zelden tegen, deze gemiddelde paarden.
De elementen rechtrichten, drang en ontspanning zijn voor mij onlosmakelijk met elkaar verbonden en dienen te allen tijde op een correcte manier te worden nagestreefd. Pas dan kan men tot een verzameld paard komen dat met een gelijkmatige aanleuning losgelaten, tactmatig en schwüngvol van achter naar voor door de rug kan bewegen. De hoofd- en halshouding van het paard speelt hierbij een belangrijke rol. (zie hoofdstuk verstoring van de natuurlijke bewegingsafloop.)

Ontspanning: Een paard dat zich ontspant loopt met een voorwaarts-neerwaartse tendens maar hoeft daarom zeker niet constant laag in dezelfde houding te lopen. Ontspanning kan niet zonder rechtrichten. Zolang een paard scheef loopt, hoe weinig ook, zal het zich opspannen om zich verder te bewegen.

Drang: Een paard met drang naar voor is op ieder moment bereid zijn passen te verruimen, maar loopt daarom niet sneller dan een paard zonder drang. De hoogste drang naar voor zien we tijdens de piaffe, het paard draaft terwijl het ter plaatse blijft. Drang is het beste te vergelijken met een hondje dat aan de leiband trekt zonder dat het sneller gaat lopen. Problemen die te wijten zijn aan het ontbreken van drang zijn bv. het mislukken van de overgangen galop-stap stap-galop, het tegen de hand lopen, het struikelen, … Drang rijden kan niet zonder rechtrichten. Het niet-rechtgerichte paard gaat in 90% van de gevallen zelf versnellen. Zolang het paard zelf versneld kunnen we niet gaan drijven om de drang op te bouwen.

Rechtrichten : Het rechtrichten van het paard is het, hoofdzakelijk door middel van stuurwerk, bevorderen van de gelijkheid van beide zijden van het paard. Een paard dat op een correcte manier werd rechtgericht laat zich in de beide richtingen even gemakkelijk en met gelijke aanleuning inbuigen. Het rechtrichten van het paard is ondermeer noodzakelijk om tot een verzameld paard te kunnen komen.

Verstoring van de natuurlijke bewegingsafloop

Het is belangrijk dat we ons bewust zijn van de gevolgen van de natuurlijke scheefheid van het paard, zowel vanuit een rij-technisch oogpunt als vanuit het dierengeneeskundige perspectief.

Een correcte basistraining is van belang om ons paard langdurig gezond te houden en hem te leren zijn gewicht gelijkmatig te leren dragen. En een niet correcte basistraining kan kreupelheden, een grotere scheefheid, gespannen spieren en ongelijke bespiering veroorzaken.

De natuurlijke scheefheid van het paard vormt op zich niet meteen een probleem, tenzij de ruiter hier niet correct weet mee om te gaan.

De gevolgen van de natuurlijke scheefheid variëren van kleine rij-technische problemen tot ernstige kreupelheid.

Vele ruiters merken de natuurlijke scheefheid van hun paard wel op, maar spelen daar verkeerd op in. Zo proberen ze bijvoorbeeld deze ongewenste buiging te verbeteren door de binnenteugel aan te nemen waar het paard meestal terugwerkend op reageert. Dit veroorzaakt spanning in de rug en het achterbeen wordt nog meer verhindert om onder te treden. Wat de ruiter dan maar probeert op te lossen met een nog constantere of grotere spanning op de binnenteugel. Op deze manier worden onregelmatige bewegingen veroorzaakt waar meestal geen blessure gerelateerde oorzaak voor gevonden wordt.

Teugelmankheid kan ook worden veroorzaakt door verzameling te vragen vooraleer het paard er klaar voor is, niet voldoende rechtgericht is of nog niet voldoende kracht heeft ontwikkeld in zijn achterbenen.

De positionering van de hals en nek heeft een direct effect op de rug van het paard. Wanneer hals en hoofd in een onnatuurlijke houding worden geplaatst zijn bewegingsfouten en uiteindelijk gezondheidsproblemen een vanzelfsprekend gevolg. Het paard werd niet ‘gebouwd’ om bereden te worden! Noch had het zelf ooit de ambitie een sportcarrière uit te bouwen... Het vraagt kennis, begrip, tijd en geduld de juiste spieren te versterken. Niet in evenwicht bereden zal het paard zijn lange rugspieren opspannen. Dit ten koste van de bewegingen, zowel in regelmaat als in lengte van de passen. De rug kan niet meer swingen en de passen worden moeilijk uitzitbaar.

Het paard dient eerst en vooral rustig te zijn en in het juiste ritme bereden te worden om tot volledige ontspanning te komen. We starten met een lagere hals, in een voorwaarts neerwaartse houding, om de rug te tillen door de achterhand actiever te maken. Dit om de rug te ontlasten en de rugspieren de tijd te geven zich te ontwikkelen. De achterbenen kunnen meer voorwaarts beginnen te bewegen naar het zwaartepunt toe. Het ontwikkelen van spierkracht vraagt tijd en dient steeds geleidelijk te verlopen. We hebben oog voor tekenen van spierpijn of vermoeidheid. De training dient aangepast te worden aan de bevindingen van het moment. Enkel met ontspannen rugspieren kan een correct ritme bereikt worden. Deze losgelatenheid is dus nodig voor het ontwikkelen van takt. Dit is echter geen zuiver fysieke aangelegenheid: Zonder bereidheid van het paard kan volledige losgelatenheid niet bereikt worden. Meer hierover in het stukje ‘volledig in balans’ en ‘de omgang’.

Vanuit deze houding kunnen de achterbenen stilaan het werk overnemen de rug te dragen en kan de hals terug opgericht worden. Zeer belangrijk is dat de ruiter over een goede balans beschikt. Anders veroorzaakt hij spanning in de rug en wordt de natuurlijke bewegingsafloop wederom verstoord.

Het paard dient zichzelf te leren ‘dragen’. Eerst voor hele korte stukjes om vervolgens de uitnodigende hand van de ruiter weer voorwaarts-neerwaarts te mogen volgen. Als een paard niet bereid is dit te doen is hij niet correct over de rug gewerkt en ontbreekt er een groot stuk onmisbare basistraining. Als de achterbenen niet correct kunnen ondertreden, kunnen de juiste spieren niet versterkt worden om meer gewicht met de achterhand te gaan dragen. Doorheen de hele africhting blijven we afwisselen van houding/kader waarin we rijden, anders zouden we het paard stijf maken.

Methodieken

methodieken

 

Gebruikte methodieken zijn grondwerk, gymnastiserend grondwerk, geavanceerd longewerk, werk in vrijheid en bereden klassieke rijkunst. De aanpak kan verschillen van paard naar paard, al blijven de leerprincipes steeds dezelfde.

We investeren vooral in de basis. De basis, de basis en nog eens de basis, met als doel absolute dürchlassigkeit.

Het allereerste doel onder de ruiter hoort te zijn het paard met dezelfde vanzelfsprekendheid te laten bewegen als hij eerder zonder het ruitergewicht deed.

Zijgangen gaan we pas rijden met een verzameld paard. Rijkunstig beginnen we daar niet mee! We laten een jong paard of een paard dat een tijdje uit de running was, eerst zijn eigen evenwicht zoeken. Vervolgens maken we ze sterk genoeg om een ruiter te dragen. Nadien werken we aan het ‘kunstmatige’ rijkunstige evenwicht en dan zijn we pas klaar om aan de feitelijke dressuur en de zijgangen te beginnen. Dit geldt zeker voor de onregelmatig lopende paarden. Deze kunnen beter in beweging d.m.v. stuurwerk rechtgericht worden dan dat we gaan proberen bepaalde spieren d.m.v. een zijgang te versterken. De vorm en de functies van het paardenlichaam vormen immers één geheel. Je kan een paard wel leren het ene te doen met de voorhand en het andere met de achterhand. Maar het paardenlichaam blijft één geheel. De beweging van één deel veroorzaakt ook verandering in de andere delen van het paard.  De sturing van de houding van het lichaam dient in beweging aangepakt te worden. Dit is nodig voor de souplesse, schwung en durchlässigkeit. Leven is bewegen. Het lichaam is zo gebouwd dat het fantastisch kan compenseren op problemen. Wanneer deze compensatie niet meer te houden is, ontstaan er klachten. Dat het paard een meester is in het verdoezelen van klachten maakt het er voor de ruiter niet gemakkelijker op.

“Life is motion” Dr. A.T. Still (grondlegger van de osteopathie)

Omgang

omgang

Onze dagelijkse omgang is voor een groot deel bepalend voor ons succes in het rijden. Als het paard bv richting en tempo aan de hand steeds zelf probeert te bepalen, onze persoonlijke ruimte probeert in te nemen en weigert te wijken voor druk, dan wordt de kans op succes tijdens het rijden aanzienlijk kleiner.

Training en een goede relatie met je paard gaan hand in hand. Én deze is noodzakelijk om tot kunst te komen. Rij-kunst.

Voor een paard is onze communicatie vaak heel onduidelijk. Paarden verliezen dan hun aandacht voor ons of proberen in het beste geval maar te gokken wat we bedoelen. En als ze verkeerd gokken, dan zwaait er meestal wat.

Paarden maken verder heel snel associaties. We trainen, conditioneren ze soms onbewust verkeerd. En gedrag dat beloond wordt, wordt herhaald. Goed gedrag dient op het juiste moment bevestigd te worden. Als onze timing niet correct is, lokken we frustratie, angst of spanning uit. Voorspelbaarheid en controleerbaarheid zijn heel belangrijk. En inconsequent zijn is geen goede voorspeller. Zo leren we hen net aan onzeker te worden.

We maken gebruik van verschillende soorten leerprocessen zoals habituatie, klassiek conditioneren en operant conditioneren. Verder zijn shaping en overshadowing handige technieken. We bekijken welke methode het beste voor een bepaald doel en/of situatie wordt gebruikt.

Het probleem is soms niet het probleem. Tracht te weten te komen wat er vlak voor gebeurde en daarvoor..., welke hun beweegredenen zijn... Misschien ook patronen herkennen om het probleem te voorkomen.

Als een paard iets niet begrijpt kan het naar ‘instinctmode, overlevingsmode’ overgaan. Als ze in deze toestand zijn kunnen we ze moeilijk iets aanleren. Net zoals wij moeilijk kunnen leren op momenten dat we stress ervaren. We mogen geen druk zetten op het verkeerde moment. Dit komt ook de mentaliteit, emoties en de spirit ten goede.

Het maakt een wereld van verschil als het paard gaat meedenken, snapt wat de bedoeling is. Dan is het fysiek ook gemakkelijker uit te voeren, met minder fysieke hulpen!
Om vervolgens de lat nog hoger te gaan leggen. Met louter gehoorzaamheid zijn we nog niet tevreden, we willen uiteindelijk bereidheidwilligheid, aanvaarding en vertrouwen en daarom is het onze verantwoordelijkheid hen te leren begrijpen.

Gehoorzaamheid kan de doder van de spirit zijn. Paarden zijn geen gebruiksvoorwerpen waar we kunnen van verwachten dat ze de dingen zomaar allemaal maar gaan doen als een robot. Creatief leren omschakelen tussen verschillende leiderschapsstijlen is belangrijk. Van een dicterende, monoloog stijl over een dialoog meer coachende stijl naar af en toe de leiding durven af te staan. Als we willen dat het paard gaat meewerken horen we goed in de gaten te houden welke signalen ze geven. Wat vinden ze leuk, waar ligt hun aandacht, toont hij initiatief, eens het voorstel van het paard volgen... Dit om de spirit hoog te houden. Een dicterende stijl kan zeer nuttig zijn om hem iets te leren, maar als we in deze dwingende stijl blijven kunnen paarden zich gaan afsluiten. Zodra iets bevestigd is schakelen we over naar een dialoog en veranderen we van energie. We gaan op zoek naar vraag en antwoord i.p.v. naar bevel en reactie. We proberen hem de mogelijkheid te creëren, iets te veroorzaken en staan het hem dan toe i.p.v. dat we het paard iets doen doen. Het zetten van druk kan motiveren, maar het is het wegnemen van de druk dat hen iets bijleert. Alleen is feeling en timing hier een must. Ook in onze leiderschapsstijl blijven we dus op zoek naar balans.

Het doel is een rustig, verbonden en responsief paard. Onze beloning dient hiertoe welgemeend en oprecht te zijn en niet enkel klinisch, omdat het moet. Alles heeft liefde en warme motivatie nodig.

Om echt succesvol te zijn dienen we vele concepten te mixen. Zo kan het bv nodig zijn over te schakelen naar een andere oefening, niet alleen om het paard fysiek weer te corrigeren, maar om hem in een andere gemoedstoestand te krijgen met als doel hem opnieuw bereidwillig te laten meewerken.

We leren allemaal al doende, tasten grenzen af en gaan daarbij onvermijdelijk wel eens een keer te ver. Op een moment dat we het bij ons paard verkorven hebben, ons krediet hebben opgebruikt horen we open te staan voor verandering. En tijd maken om ‘undemanding time’ met ons paard te spenderen net zoals paarden in de natuur vaak helemaal ‘niets’ doen, maar intussen met elkaar wel een heel sterke band scheppen. En aandacht hebben voor contact, aanraken en groomen.

Naast hun fitnessinstructeur zijn we dus ook hun personal coach.

Waarachtige kalmte van geest is geworteld in genegenheid en mededogen. In deze toestand is de geest vol gevoel en heel sensitief. Dalai Lama

Hulpgeving

hulpgeving

Trainen is mogelijk door het geven van fysieke hulpen. Maar het begint allemaal met de intentie van de trainer, wat zijn gedachten en bedoelingen zijn. Je denkt iets, je stelt het je voor, je voelt er iets bij en je gaat de hulp geven. Het gebruik van intentie, focus, innerlijke beelden en energie kunnen de fysieke hulpen tot een minimum beperken. Uiteindelijk zal een suggestie voldoende zijn.

Gedachten zijn krachten. Het visualiseren is voor topatleten zelfs een essentieel onderdeel van hun trainingsprogramma. Door onze intentie bewust te gebruiken zullen we duidelijker richting aangeven aan het paard en doelgerichter handelen. Een concreet innerlijk beeld, weten wat je wilt, en het in je gedachten al zien hoe je wilt dat het er gaat uitzien, is dus een voorwaarde om goed te kunnen trainen.

In de omgang met paarden is het heel belangrijk geaard en gecentreerd te zijn. Het geeft je niet alleen een gevoel van stevigheid, maar ook een neutrale houding vanuit rust. Het geeft ruimte, helderheid, soepelheid en energie. Je voelt het paard beter aan en bezorgt je paard duidelijkheid en een gevoel van veiligheid.

Verder kunnen we onze positie ten opzichte van het paard, onze houding en beweging inzetten als hulpen.

Volledig in balans

training_paard

Balans vindt plaats op meerdere vlakken dan alleen maar het fysieke. Een paard kan fysiek alleen met dat rechtrichten aan de slag als hij daar mentaal voor open staat. Probeer maar eens buiging te vragen aan een hoog opgeleid paard op het ogenblik dat deze een vluchtreactie vertoont…

Ook het fysieke rechtrichten kan vastlopen als het zonder de nodige feel gebeurt. Paarden kunnen zelfs spiritueel geknakt zijn en/of zich in een toestand van aangeleerde hulpeloosheid bevinden. Soms komen we helemaal niet aan fysiek rechtrichten toe omdat de relatie te zeer verstoord is. Dan werken we eerst aan een correct leiderschap op een manier dat het paard vertrouwen heeft in de manier waarop er gewerkt wordt. We gaan op zoek naar de achtergrond van het gedrag en helpen de ‘persoonlijkheid’ van het paard in balans te brengen. Het paard mag zich zeker niet extreem introvert of extravert gedragen. We gaan op zoek naar de juiste ‘leermodus’ voor het paard, naar een ‘figure it out state’. We vragen bereidheid van het paard. In een uiterste vorm van zelfzekerheid en dominantie kan een paard gaan bijten, slaan of ons omver lopen.  Maar dit kan ook in een uiterste vorm van angst, onzekerheid en alertheid. En het is ongeveer in het midden van deze twee uiterste vormen dat we de ‘leermodus’ van het paard terugvinden; een soort bruikbare dominantie. We kunnen deze mentale staat van het paard onder andere d.m.v. oefeningen beïnvloeden. Het vertrouwen kunnen we herstellen en verbeteren met bewegingen en oefeningen naar ons toe. Het alerter maken door hen oefeningen te geven die hen van ons weg beweegt.
Het fysiek in balans en in evenwicht brengen van het lichaam kunnen we doortrekken naar het in evenwicht brengen van al wat zich tussen de oren afspeelt van het paard én de mens: mentaal, emotioneel en spiritueel.

Durf ruimer te kijken en je comfortzone verlaten om vooruitgang te boeken.

De mens in dit verhaal

de mens in dit verhaal                                                                                                 

Zijn we zelf wel bereid het te willen gaan uitzoeken?

Zijn we bereid afstand te nemen van de 'hij doet het niet' veroordelingstoestand. Wat kan helpen is bv iedere keer dat iets niet volgens plan verloopt te gaan denken ‘Hoe interessant! Wat kan dit veroorzaakt hebben?’ i.p.v. ‘Oh nee!’ of ‘en gisteren deed hij het wel’. Soms worden we teruggefloten door ons paard en is het interessant terug te koppelen naar wat er gebeurde om te leren uit onze fouten. Als we hier niet voor openstaan stagneren we. Problemen geven ons kansen om door te groeien, om verder te gaan werken maar dan op een andere/hogere level. Onze gedachten zetten verder ook bepaalde emoties neer en de gedachte ‘Hoe interessant!’ schept een heel ander gevoel, andere emotie, een vorm van zelfvertrouwen dan de ‘oh nee…’

Als kudde- en prooidier beschikken paarden over een uiterst sensitief vermogen om gemoedstoestanden, energie, waar te nemen. Ook al proberen we iets te verbergen, aan onze ademhaling, spierspanning en manier van bewegen voelen ze dat het plaatje niet klopt en worden ze wantrouwig. Destructieve gedachten als angst, gegeneerd zijn, onzekerheid en boosheid werken afremmend. We proberen ons hier bewust van te zijn want deze hebben een grote weerslag op het paard en kunnen voor veel spanning zorgen. Mogelijks ‘denkt’ ons paard op momenten dat we deze gevoelens ervaren ook: 'zo is mijn mens anders nooit!'.

Het is heel belangrijk balans zien te houden. Want eens we in extremen schieten en een emotie onze hoofdemotie wordt is het nog moeilijker bepaalde gewoontes te gaan veranderen. Daar tegenover staat dat onze kwetsbaarheid ook een kracht is. Laat ons dankbaar zijn dat we kunnen aanvoelen er ervaren i.p.v. er neerslachtig van te worden. We trachten ons beeld gewoon te blijven verruimen. Want wat niet meer groeit gaat dood, ook wat onze spirit betreft.
Mentaal hebben wij vaak veel verhalen en gedachtenpatronen in ons hoofd, veel ballast die we best leren loslaten. Blokkades zoals ‘ja maar mijn paard is dit en deed vroeger zo…’ Als we leven in het verleden en blijven etiketten plakken op de hoofden van onze paarden zullen we geen grote successen boeken. Zijn het geen excuses om zelf niet te hoeven veranderen? Als het niet goed gaat horen we onze aanpak te durven veranderen. Creatief zijn, en kritisch naar ons zelf kijken. Als we bv zouden lesgeven in het eerste leerjaar en alle leerlingen beginnen te huilen dan zouden we ons de vraag stellen wat we verkeerd deden. Bij het paard leggen we de oorzaak te vaak bij het paard. De geest van de ruiter dient óók zijn balans te vinden. Niets zo spiritueel als een paard mits je er voor openstaat dat het paard je een les te leren heeft.

Verder vindt ook een deel van onze lichaamstaal zijn oorsprong in onze gedachten. Zie het als een studie! Soms is het tijd voor verandering! Hoe creatiever en positiever we er mee omgaan hoe meer vooruitgang we zullen maken en hoe meer plezier we er zullen aan beleven.

We zitten als ruiter soms vast in de techniek van hulpen zonder stil te staan bij hoe we overkomen bij het paard. Boosheid of frustratie geeft een heel andere energie dan dankbaarheid. Deze kunnen een andere emotie bij het paard oproepen en ook andersom, van paard naar ruiter. Maar laten we beginnen bij bewustwording. Hebben we zelf voor onze  paarden wel een aantrekkelijke en constructieve energie?

Om goed te kunnen werken met paarden dienen we zelf stevig in de schoenen staan.

Laat ons leren een kalme, assertieve, evenwichtige en liefdevolle energie uit te stralen.

Verlangen we van ons paard niet meer en sneller dan van onszelf? Werken we wel evenveel aan onze eigen angsten en onzekerheden. Verplaatsen we ons genoeg in zijn plaats en begrijpen we ten volle hoe moeilijk of zwaar sommige situaties zijn?

What you think, you become. What you feel, you attract. What you imagine, you create. Buddha

Nog enkele principes en ideeën:

  • De training zal het paard fysiek en mentaal versterken
  • Paard en ruiter luisteren naar elkaar en leren van elkaar.
  • We kunnen niet groeien in elkaars schaduw.
  • We houden rekening met de lichamelijke en mentale mogelijkheden en de ‘persoonlijkheid’ van het paard.
  • Respect en bereidwilligheid willen we verdienen, niet afdwingen.
  • Respect als een gevolg van op- en uitkijken naar, niet van intimidatie.
  • We vertrekken vanuit het paard zijn manier van zijn en denken
  • Spanning in het hoofd veroorzaakt spanning in het lichaam, net zoals bij de mens
  • We proberen creatief te zijn om ons idee, hun idee te laten worden. Het is een wereld van verschil als het paard meedenkt...
  • We proberen precies te zijn zonder kritisch te zijn
  • We voorzien in een brede stevige basis
  • We proberen de dingen te veroorzaken en laten dan toe dat ze gebeuren
  • We geven het paard de nodige tijd om na te denken
  • Frustratie en agressie dienen achterwege te blijven
  • We werken tot het paard onze hulpen rustig en aandachtig beantwoord (waarbij beantwoorden verschillend is van reageren)
  • Vertrouwen is voorwaardelijk
  • Impuls is heel verschillend van impulsief
  • We durven van strategie te veranderen
  • Geduld kent als kracht zijn gelijke niet
  • Begrippen als ‘vertrouwen’, ‘plezier in het werk’ en ‘verfijnd’ zijn hoofddoelstellingen
  • Voorwaarts is de oplossing in de rijkunst, net zoals in de rest van de wereld.
  • De taak van de rijkunst is de natuurlijke onvolkomenheden en onregelmatigheden te verwijderen of onschadelijk te maken.

 

And those who were seen dancing were thought insane by those who could not hear the music.

F. Nietzsche